10 Europese aanbevelingen

Bij de periodieke keuring wordt uw lift geïnspecteerd op alle wettelijke eisen met betrekking tot veiligheid. Behalve veiligheid zijn er nog meer aspecten aan uw lift waar u rekening mee moet houden. De Europese Commissie heeft hiervoor 10 aanbevelingen gedaan. Enkele aanbevelingen worden meegenomen bij de periodieke keuringen, andere aanbevelingen zijn ter overweging aan u als eigenaar. Uiteraard kunt u hierbij op ons advies vertrouwen. Hieronder geven we bij elk advies alvast een korte toelichting.

95/216/EG: AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 8 juni 1995 betreffende een betere beveiliging van bestaande liften.

  1. De liftcabines van deuren voorzien en binnen de cabine een systeem aanbrengen waarmee het niveau waarop de lift zich bevindt wordt aangegeven.

Bij oude liften is er vaak geen cabine-afsluiting zoals een deur. De cabine beweegt open langs de schacht en u ziet de schachtdeuren voorbij komen. Dit levert haakgevaar met mogelijke beknelling op. Bij toepassing van deuren bent u als gebruiker afgeschermd van onderling bewegende delen. Met een etage-aanduiding wordt de beweging en locatie van de lift gecommuniceerd.

  1. De ophangkabels van de cabine controleren en eventueel vervangen.

Tijdens de periodieke keuring door een gecertificeerde instantie worden de ophangkabels gecontroleerd. Indien noodzakelijk wordt in het keuringsrapport vermeld dat de kabels moeten worden vervangen. Klik hier voor een lijst met keurende instanties.

  1. De bediening van het stopmechanisme wijzigen om het afremmen geleidelijk te laten verlopen en te bereiken dat de cabine precies op het juiste punt tot stilstand komt.

Dit kan met een zogeheten frequentieregeling. Deze stuurt de machine nauwkeurig aan en zorgt bovendien voor een traploze versnelling en vertraging van de aandrijving. Hierdoor verbetert de stopnauwkeurigheid en daarnaast wordt ook het rijcomfort verhoogd, vermindert de slijtage aan de installatie en zal het energieverbruik dalen.

  1. De bedieningsorganen, zowel in de cabine als op het paneel buiten de lift, zo inrichten dat deze goed te begrijpen zijn en door gehandicapten zonder begeleider gebruikt kunnen worden.

Bij vervanging van de bedieningstableaus kan hier aan voldaan worden.

  1. Op automatisch sluitende liftdeuren detectors aanbrengen waarmee de aanwezigheid van mensen of dieren kan worden bespeurd.

Veel liften hebben nog een fotocel. Dit is een elektronisch oog dat op een hoogte van ca. 40 cm kijkt of zicht iets tussen de deur bevindt. Een fotocel mist zodoende regelmatig objecten zoals een voet, rollator, hondenriem, tas, enzovoorts. Het is aan te bevelen een fotocel te vervangen voor een sensorlijst. Deze lijst kijkt tussen 5 en 165 cm of zich iets tussen de deur bevindt.

  1. Op liften met een hogere snelheid dan 0,6 m/s een parachutesysteem aanbrengen waarmee de lift geleidelijk tot stilstand kan worden gebracht.

Dit is wettelijk bepaald in Nederland, het overgrote deel van de liften is dan ook  voorzien van een vanginstallatie. Enkel bij oude liften met een hefvermogen van (minder dan) 300 kg was het vroeger toegestaan om onder voorwaarden de vanginstallatie achterwege te laten. De keurende instantie controleert bij elke keuring de werking van deze vanginstallatie. Klik hier voor een lijst met keurende instanties.

  1. De alarmsystemen zodanig wijzigen dat er een permanente verbinding tot stand wordt gebracht met een hulpdienst die zo nodig snel kan ingrijpen.

Bij liften gebouwd na 1996 is wettelijk verplicht een spreek-luisterverbinding ingebouwd. Als de alarmknop wordt ingedrukt wordt een telefoonverbinding tot stand gebracht met onze storingsdienst. Bij oude liften kan een dergelijke installatie alsnog worden ingebouwd. De telefoonverbinding kan zowel via het vaste telefoonnet of via het GSM-net.

  1. Voor zover aanwezig, het asbest uit de remmechanismen verwijderen.

Liften die voor 1994 zijn gebouwd kunnen asbesthoudende remvoeringen hebben. We kunnen deze remvoeringen op verantwoorde wijze vervangen voor asbestvrije remvoeringen.

  1. Een inrichting monteren waarmee ongecontroleerde opwaartse bewegingen van de cabine worden verhinderd.

De vanginstallatie zoals vermeld bij punt 6 stopt  de lift enkel  in neerwaartse richting. Bij tractieliften zou de lift door een defect in de aandrijving of de rem ook opwaarts in beweging kunnen komen. Door het aanbrengen van een extra beveiliging kan ook deze beweging gestopt worden.

  1. Een noodverlichting in de cabines aanbrengen die ingeschakeld wordt wanneer de hoofdvoeding uitvalt. Deze noodverlichting moet lang genoeg functioneren om een normale reddingsoperatie mogelijk te maken. Deze installatie mag geen belemmering vormen voor de in punt 7 genoemde alarmsystemen.

Noodverlichting met accu is eenvoudig achteraf te installeren.